Terug naar de homepage van de Van Gogh Galerij

Archief


Willemina Jacoba van Gogh

16 Maart 1862, Zundert - 17 Mei 1941, Ermelo

Als verschenen in nieuwsblad Het Kontakt, april 2003

Door Yuri Visser

DEEL 1

Navelstreng

De populariteit van Vincent van Gogh is al jaren enorm. Nu hij precies honderdvijftig jaar geleden geboren werd neemt die populariteit ongekende vormen aan.

Zijn schilderijen en de vele bewaard gebleven brieven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In het jubileumjaar Van Gogh ontstaat er een soort hype: Vincent is ‘cool’. Er zijn Van Gogh sokken te koop, mokken, stropdassen. Zelfs onze brieven beplakken we met Van Gogh zegels. Vincent van Gogh lijkt Nederlands’ nieuwe tulp te zijn. Misschien zou hij zelf de zonnebloem verkiezen. Vrij bekend is de relatie tussen de broers Vincent en Theo van Gogh. Minder bekend is het briefcontact dat de kunstenaar met zijn zus Willemina onderhield. Willemina Jacoba van Gogh werd, net als Vincent, geboren in het Brabantse dorpje Zundert. Tot aan zijn dood onderhield Vincent ook contact met haar. Op 79-jarige leeftijd kwam zij te overlijden. Vincent en Theo zijn dan al jaren dood. Willemina werd begraven in Ermelo.

Voorganger
Zundert is en was, als praktisch alle Brabantse dorpen, een overwegend katholiek dorp. Vader Van Gogh was dominee van de Hervormde Kerk in het dorp. Het gezin was zelf niet katholiek, vader Theodorus was dominee van de Hervormde Kerk in het dorp. In de omgeving van de pastorie zouden de 'kinderen Van Gogh’ vrij beschermd zijn opgegroeid. Streng christelijk was huisvader Theodorus niet, hij hing de Groninger richting aan - een vrij gematigde stroming binnen de Hervormde Kerk. Willemina was acht jaar jonger dan haar oudste broer Vincent. Over hun relatie op jongere leeftijd is vrij weinig bekend. Hoewel Vincent zijn hele leven doorging voor ‘oudste broer’ werd er voor hem al een kind geboren. Exact een jaar voor zijn geboorte beviel moeder Anna voor het eerst. De baby, een jongen, werd dood geboren. Op zijn grafzerk op de kleine begraafplaats van Zundert staat de naam Vincent-Willem van Gogh geschreven. Precies een jaar na diens sterf- en geboortedag werd de ons bekende Vincent van Gogh dus geboren. Menig psycholoog sluit niet uit dat het feit dat Vincent geboren werd op de sterfdag van zijn jongere broertje bepalend is geweest in zijn ontwikkeling. In hoeverre de gebeurtenis een schaduw over het gezinsleven heeft geworpen is niet na te gaan. Of Vincent de gebeurtenis als een last op zijn schouders heeft ervaren is ook onduidelijk. Als zijn broer Theo vader wordt van een zoon en zijn kind ook Vincent noemt blijkt wel dat de schilder het voorval nooit vergeten heeft. In een brief aan zijn moeder schreef hij:

‘...het genoegen Theo terug te zien en kennis te maken met Jo [...] en met mijn nieuwe naamgenootje.’ (brief 639)
Over Willemina’s jeugd is erg weinig bekend. Zij duikt pas op als de briefwisseling met Vincent begint. Vincent onderhield het hechtst contact met Theo. Willemina lijkt voor Vincent, zeker wanneer hij ver weg in het zuidelijke Frankrijk verkeert, een soort van navelstreng te zijn. Zo verbond ze hem met het Hollandse land, dat hij zeker in perioden van depressies met heimwee vervulde. Het schilderij ‘Herinnering van de tuin van Etten’ schetst bijvoorbeeld een jeugdherinnering van Vincent waarop Willemina, afgebeeld als een figuur uit een roman van Dickens, en haar moeder door de tuin wandelen. Hij hing het schilderij op in zijn slaapkamer. In Willemina's eerste brief aan Vincent van Gogh (1887) vertelde ze hem artiest te willen worden. Waarover volgende week.

DEEL 2

Planten en den regen

Het jongste zusje van Vincent, Willemina, speelde enige tijd met de gedachte ook artiest te worden. Wellicht geïnspireerd door de vele familieleden die werkzaam waren in de kunsthandel en door Vincent die zijn leven volkomen aan de kunst wijdde, besloot Willemina schrijfster te worden. In 1887 stuurde ze de op dat moment in Parijs verblijvende Vincent een eerste tekst van haar hand genaamd ‘planten en den regen’. Alleen Vincent’s brieven zijn bewaard gebleven. Na zijn dood is er nooit een spoor teruggevonden van Willemina’s brieven. Hierdoor valt niet na te gaan waar die tekst van Willemina exact over ging en is er alleen Vincent’s reactie als informatiebron. Op Willemina’s voornemen schrijfster te worden reageerde de schilder als volgt:

'Het is anders voor u geen kwaad idee artist te willen zijn, want als men een vuur in zich heeft en ziel, kan men 't niet in een doofpot uithouden en - men wil liever branden dan stikken. Wat er in zit moet er uit, mij b.v. het geeft mij lucht als ik een schilderij maak en zonder dat zou ik ongelukkiger zijn dan ik ben.' (brief W 1)
Vincent verwierp het voornemen van zijn zus dus niet. Wel raadde hij haar later in de brief af om er een studie voor te volgen. Volgens hem zou ze er beter aan doen om bijvoorbeeld te leren dansen of verliefd te worden op een notarisklerk. Hollandsche studie zou alleen maar suf maken. Vincent:
'Studeren is voor u, tenzij ge nooit vooruitgaan wilt, erg bijzaak. Amuseer u zoveel ge kunt.' (brief W1)
Vincent was zelf dan ook een self-made-man, op scholen aardde hij niet en niet zelden belandde hij in conflictsituaties met zijn leidinggevenden. Willemina’s tekst over ‘planten en den regen’ is het enige schrijfsel waarover ooit werd gerept in de brieven. In de briefwisseling tussen broer en zus werd nog wel geregeld gesproken over literatuur maar nooit meer over haar schrijversambitie. Zo blijft dus alleen Vincent’s reactie op het stuk ‘planten en de regen’ over:
'Wat zal ik nu zeggen over uw stukje van de planten en den regen. Gezelf ziet in de natuur dat menig bloem wordt vertrapt, bevriest of word verschroeid, overigens dat niet iedere korenkorrel na gerijpt te zijn in de aarde weer teregt komt om er te kiemen en een halm te worden - maar verreweg de meeste korrels komen niet tot hun ontwikkeling, doch gaan naar den molen, niet waar. - De menschen nu vergelijkende met graankorrels. In ieder mensch die gezond en natuurlijk is, zit als in een graankorrel kiemkracht. - En het natuurlijk leven is dus kiemen. Wat de kiemkracht in het graan is, is de liefde in ons. (brief W1)
Of Willemina de tekst bedoelde zoals Vincent uitlegde is een raadsel. Vincent’s uitleg is in ieder geval een mooie nalatenschap van de schilder en ‘indirect’ dus ook van Willemina.

DEEL 3

Feministe

Willemina werkte geregeld als verpleegster. Zo verzorgde ze in Soesterberg rond april 1890 ene mevrouw Du Quesne. Die vrouw overleed korte tijd later. Willemina’s zus Elisabeth trouwde met de weduwnaar.* Willemina is nooit getrouwd en zelfs van een relatie lijkt nooit sprake te zijn geweest. In 1898 was Willemina betrokken bij de in Den Haag gehouden De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid. Een nogal precair onderwerp voor die tijd en gezien Willemina’s achtergrond, dochter van een predikant, vrij verbazingwekkend. De tentoonstelling zorgde voor nogal wat maatschappelijke onrust. Zo werd er in het gereformeerde vrouwenblad Bethesda geschreven:

‘In het hart van menig jongeling en van menig meisje is daar het gif der onzedelijkheid ingespoten om wie weet welke verwoestende werking ten gevolge te hebben. Neen, op ‘congressen’ als daar gehouden zijn, moet geen man, geene vrouw van Christelijk beginsel zich laten hooren [...]’
Willemina had tijdens de tentoonstelling de zorg over de personeelsinzet. Ook regelde ze de verdeling van de ruimten en zorgde ze voor de planten. Ze lijkt nogal wat met planten te hebben gehad! De jongste zus van Van Gogh kan in ieder geval vooruitstrevend worden genoemd als vroege feministe.

Poëzie

De door het schilderen bezeten kunstenaar schreef in veel van zijn brieven over de schilderijen waar hij op dat moment aan werkte. Zo schreef hij in de brief waarin hij haar vertelde over het schilderij ‘Herinnering van de tuin van Etten’ het volgende over zijn manier van werken:

‘Ik weet niet of je kunt begrijpen dat men poëzie kan maken alleen door kleuren goed te rangschikken, zoals men troostende dingen in de muziek kan zeggen. Op dezelfde manier moeten bizarre lijnen, gezocht en herhaald, zich slingerend over het hele schilderij, ons niet de tuin geven in een banale gelijkenis, maar hem ons uitbeelden alsof hij in een droom gezien is, tegelijk met zijn karakter en toch vreemder dan in de werkelijkheid.’
In bovenstaande tekst legt Vincent duidelijk uit hoe hij het schilderen ziet. Het realisme voorbij, op zoek naar de droomwerkelijkheid. Vincent had chronisch geldgebrek, Theo ondersteunde hem dan ook. Vincent wist heel goed dat het leven als kunstenaar een leven in armoede betekende. In 1888 schreef hij Wil:
‘Lieve zus, ik geloof dat het er heden ten dage om gaat de rijke en schitterende aspecten van de natuur te schilderen. Wij hebben behoefte aan vrolijkheid en geluk, aan hoop en aan liefde. Hoe lelijker, ouder, boosaardiger, zieker en armer ik word, hoe meer ik mij wil wreken door briljante, goed geordende, schitterende kleuren te maken.’ (brief w7)
In januari 1890 bezocht Willemina Parijs waar ze Jo (Theo’s vrouw) hielp bij haar eerste bevalling. Vincent:
‘Je bent heel moedig en heel goed geweest om erbij te blijven. Ik zou in die omstandigheden waarin de schrik ons om het hart slaat, waarschijnlijk meer dan jij als een natte kip zijn.’ (brief w20)
In de loop der tijd ging het steeds slechter met Vincent’s gezondheid. Hij liet zich enkele malen opnemen in een gesticht in St. Rémy.
‘Ik kan niet precies beschrijven hoe het is wat ik heb; het zijn soms verschrikkelijke angsten zonder duidelijke oorzaak ofwel het is een gevoel van leegte en vermoeidheid in het hoofd. [...] Elke dag gebruik ik het geneesmiddel dat de onvergetelijke Dickens tegen de zelfmoord voorschrijft. Dat bestaat uit een glas wijn, een stuk brood en kaas, en een pijp tabak.’ (brief w11)
In de perioden dat het psychisch slecht met Vincent ging begon hij steeds meer en sneller te schilderen. Naar eigen zeggen om ‘het snelle voorbijgaan van de dingen in het moderne leven’ uit te drukken. In sommige van zijn brieven richtte hij amper een woord rechtstreeks tot Willemina. Vol van zijn schilderwerk, verwaaid door de storm in zijn hoofd wist hij niets anders meer te doen dan schilderen, schilderen, schilderen. Op naar de droomwerkelijkheid.

DEEL 4

Veldwijk

Vincent en Theo stierven kort na elkaar. Vincent schoot zichzelf met een kogel in zijn zij. Twee dagen later, 29 juli 1890, overleed hij. Een brief van Theo vertelt wat de laatste woorden van de schilder waren: ‘La tristessa durera toujours’, wat zoveel betekent als: ‘Aan het verdriet zal nooit een einde komen’. Amper zes maanden later stierf ook Theo. De broers liggen naast elkaar begraven op het kleine kerkhof in Auvers te Frankrijk. Willemina was achtentwintig toen Vincent stierf. Toen kort daarna ook Theo overleed had ze geen ‘grote broers’ meer, slechts haar jongere broertje Cornelis. Ook haar vader leefde al niet meer, toen Willemina drieëntwintig was overleed hij aan een beroerte. Als jongste dochter van het gezin had ze het wat dat betreft dus niet makkelijk. Willemina trouwde nooit, zelfs van een relatie lijkt nooit sprake te zijn geweest. De haar omringende mannen verdwenen één voor één uit haar leven. Willemina had alleen nog haar jongere broertje Cornelis en haar oudere zussen Anna en Elisabeth. Vanaf 1900, tien jaar na het overlijden van haar broers, begon Willemina met het schrijven van verwarde brieven. Op dat moment woonde ze in Leiden, bij haar moeder thuis. Volgens vriendinnen van haar zou ze ook ‘bizarre ideeën’ hebben gehad. Of haar geestelijke toestand zijn oorzaak vind in een genetische aanleg dan wel een gevolg is van de traumatische gebeurtenissen in haar leven, valt onmogelijk na te gaan. Vincent schreef haar in juni 1888 wel het volgende:

‘Al die correspondentie draagt niet altijd bij om ons die zenuwachtig van gestel zijn, krachtig te houden in gevallen van eventuele onderdompelingen in de melankolie van de soort die ge noemt in u brief en die ik zelf zo nu en dan ook heb.’ (brief W 4)
Aangezien Willemina’s toestand in de loop der tijd niet verbeterde en waarschijnlijk zelfs verslechterde, werd zij opgenomen in een gesticht in Den Haag. Op 4 december 1902 werd ze overgeplaatst naar Ermelo, waar ze werd verpleegd op landgoed Veldwijk. Hier zou ze tot haar dood aan toe verblijven. In een dossier van een Haagse geneesheer staat het volgende te lezen:
‘Treedt telkens nog woest en wild op, schreeuwen, bijten, krabben, slaan. Andere momenten is zij stil en [...] en neemt nauwelijks deel aan haar omgeving. Onder de invloed van hallucinaties.’
Op Veldwijk genas Willemina niet. Ze zou er dan ook tot haar dood verblijven. Ze was apathisch en sprak weinig. Wanneer in 1907 het bericht over de dood van haar moeder haar bereikt reageert ze op dat bericht zonder enige uiterlijke emotie: Willemina was volkomen in haarzelf gekeerd. Gevoed werd ze kunstmatig, en zo nu en dan trachtte ze zichzelf van kant te maken. Af en toe leek ze even uit haar isolement te komen en nam ze een luisterende houding aan waarna ze dan opeens zei: “Je sleept me nog naar de eeuwige verdoemenis”. In de beginperiode van haar verblijf in Ermelo sprak ze nog wel eens, dat wat ze zei had echter meestal betrekking op haar zelfmoordplannen. In de medische status over Willemina Jacoba van Gogh staat geschreven:
‘In de toestand van deze langjarige gestichtspatiënte komt geen noemenswaardige wijziging. Ze is zeer eenzelvig, spreekt spontaan in het geheel niet en antwoordt bijna op geen enkele vraag. Ze is hele dagen op, zit wezenloos op haar stoel, bijna heel de dag op dezelfde plaats van de salon, kan zich met niets bezighouden, neemt totaal geen notitie van haar omgeving. Ze weigert al jarenlang alle voedsel, moet steeds kunstmatig worden gevoed. Als een kind moet ze bij alles worden geholpen, is daarbij zo nu en dan wat negativistisch.’
Waar is de zelfbewuste Willemina gebleven? Was ze verbitterd over het leven? Heeft de dood van de mannen uit haar leven haar gebroken? Of was het een genetische aanleg waardoor Willemina psychisch in verwarring raakte? Haar broer Vincent was toch ook niet onbekend met depressies en zwaarmoedigheid. Hoe dan ook, het zijn vragen waarop geen antwoord lijkt te zijn.

In 1996 liet de geneeskundig hoofdinspecteur voor de volksgezondheid een brief rondgaan waarin hij de Nederlandse psychiatrische inrichtingen om een archiefonderzoek naar Willemina Jacoba van Gogh vroeg. Menig psycholoog, psychiater en wetenschapper boog zich in die tijd over Vincent van Gogh en zijn psychische mankementen. Gezocht werd er onder andere naar een eventuele link tussen zijn kunst- en krankzinnigheid. Het eeuwige vraagstuk dus. Voor hen was het hierdoor interessant om een en ander over Willemina te weten te komen. Zij belandde immers ook in een gesticht. Of Vincent van Gogh schizofreen was staat niet onomstotelijk vast. Het wordt over het algemeen wel aangenomen. In een brief van Theo aan Willemina staat over Vincent te lezen:

‘Het is alsof in hem twee mensen zijn, de een merveilleus begaafd, fijn en zacht; de ander eigenlievend en hardvochtig.’
Ook bij Willemina zien we die tweeledigheid: als verpleegster begaan en menslievend, op later leeftijd als patiënt hardvochtig en zo nu en dan agressief. Dr. J.H. Plokker schreef in zijn boek Geschonden Beeld over beeldende expressie bij schizofrenen:
‘Het is ook niet toevallig, dat de psychose van Vincent van Gogh na lang sluimerend geweest te zijn, manifest werd toen hij naar Arles trok. Het dagelijkse contact met Theo, dat hij in Parijs had viel weg; de vriendschap met de beminde Paul Gauguin liep op een fiasco uit.’[...]
Er wordt dus gesteld dat het wegvallen van geliefden een aanleiding is geweest voor de psychische problemen bij Vincent. Wellicht dat het wegvallen van Theo en Vincent bij Willemina eenzelfde soort uitwerking had. Maar, om niet te veel in ‘wellicht-tjes’ en ‘misschien-tjes’ te verzanden lijkt de conclusie van professor G. Kraus aannemelijk. Hij stelde dat het maken van diagnoses over Van Gogh ‘niet meer dan een sportieve bezigheid is’.

Willemina stierf op 17 december 1941 aan ouderdom. Ze werd begraven op de oude begraafplaats van Veldwijk aan de Horsterweg.

Einde


NOOT:

Graag wil ik opmerken dat het artikel van de heer Erik van Faassen als verschenen in het blad Passato mij aanzienlijk heeft geholpen. Helaas ontbrak mij tot nog toe de tijd om dieper in te gaan op Willemina’s jeugd en leven na Vincent’s dood en de verbanden tussen Willemina’s psychische problemen en die van Vincent. Ondanks de vele onvolledigheden hoop ik dat de door mij verzamelde informatie Vincent van Gogh liefhebbers zal boeien.

Yuri Visser, mei 2003


BRONNEN:

-- Brieven aan Vincent's jongste zuster W.J. van Gogh, eerste publikatie 1954
-- Verzamelde brieven van Vincent van Gogh, 1953, Wereldbibliotheek, uitgegeven door J. van Gogh-Bonger
-- Geschonden beeld, Dr. J.H. Plokker, Mouton & Co
-- Passato, 1986, E. van Faassen
-- Vincent van Gogh en de psychiatrie, Kraus
-- Een leven in brieven, 1989, Meulenhoff
-- Van Gogh alle schilderijen, 2001, Walther & Metzger
-- Berger, Schwestern berühmter männer
-- internet


Yuri Visser

*Correctie:

De vrouw waar het hier over gaat is: Catharina Marianne Louise du Quesne van Bruchem - van Willes (7/8/1850 - 17/5/1889).
Omdat zij in 1889 overleed, kan de datum April 1890 niet juist zijn.
De vrouw leed jarenlang aan kanker. Lies van Gogh, Wil's zuster, werkte vanaf 21/2/1880 bij deze familie in Soesterberg, zij hadden vier kinderen.
In December 1891 trouwde Lies met de weduwnaar J.Ph.Th. du Quesne van Bruchem.

Wil ging bij de familie op bezoek in Januari 1889 en in April 1889.


Terug naar de Van Gogh Archief pagina

Terug naar de Homepage van de Van Gogh Galerij